Manuele therapie, methode Meyer

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

De methode van Dr. Meyer is gebaseerd op het inzicht dat reflexen onze balanshouding bepalen.

Inleiding

Een cruciale rol spelen hierbij de gewrichten die de articulatie vormen tussen de Os Occiput (de schedel) en de Atlas (C1). Deze gewrichten reguleren de statische reflexen op de spieren die onze houding bepalen en ons overeind houden. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat vanuit deze gewrichten veertig keer zoveel impulsen worden verzonden als vanuit de overige wervelgewrichten. Uit onderzoek is eveneens naar voren gekomen dat een musculaire rekweerstand van 300 kg. de positie van twee wervels ten opzichte van elkaar fixeert. Het is dan ook onmogelijk om door het gebruik van kracht, gewrichten en wervels te mobiliseren of van positie te veranderen. Het belang van reflexen voor de balanshouding werd in 1971 bevestigd door wetenschappers van Philips en van de Technische Hogeschool Eindhoven. Tijdens een onderzoek werd de kracht gemeten die bij correctie nodig is. Het bleek dat bij gebruik van de methode van Dr. Meyer 0,5 tot 3,5 kg volstaat.

Werking

Dit leidt tot de conclusie dat bij een geheel of gedeeltelijk opgerichte houding de situatie in het occipitaal-atlas-axis gebied ons lichaam in balans houdt door spierspanningreflexen. Uiteraard gebeurt dit in samenspel met de reflexen vanuit ondermeer ogen, oren, evenwichtsorganen en de voetzolen. Binnen de methode Meyer wordt dit complex, dat ons lichaam tegen de zwaartekracht in in balans houdt, het atlasreflexsysteem genoemd.

In de jarenlange praktijkervaring van Dr. Tj. Meyer en de VMMM-therapeuten is tevens proefondervindelijk gebleken dat het atlasreflexsysteem niet alleen onze balans bepaalt, maar ook een beschermende functie heeft. Het systeem wordt uitgerekend daar (Occ/C1/C2) bestuurd waar het ruggenmerg overgaat in de verlengde merg. Dit is de neurologisch meest kwetsbare plek van ons lichaam. Een breuk op die plaats zou onmiddellijk de dood tot gevolg hebben. In geval van een direct of indirect trauma creëert het reflexsysteem daarom een zeer sterke impuls. Het stuurt deze impuls naar de korte, diepe spieren die vervolgens de overgang Occ/C1/C2 beschermen door een défence musculaire. Deze bescherming leidt, al naar gelang de aard en de ernst van het trauma, tot een dwangstand in het gebied occipitaal-atlas-axis. In bepaalde gevallen beslaat de dwangstand drie vlakken. Een dergelijke dwangstand kan verschillende vormen aannemen. Een VMMM-therapeut kan de aard ervan op diverse manieren met zekerheid vaststellen. Bij nader onderzoek blijkt de dwangstand bovendien uit de gevolgen voor de hele reflexketen in het lichaam. In de eerste plaats leidt een dergelijke dwangstand in het atlasreflexsysteem tot gestoorde spanningsreflexen van de spieren die voor de balans zorgen. Het gevolg hiervan is pijn en stijfheid van de betreffende spieren. Ook wanneer er geen sprake is van dergelijke subjectieve klachten, komen deze storingen tijdens het onderzoek naar voren. Het zwaartepunt van het lichaam bevindt zich horizontaal gezien ter hoogte van de derde en vierde lumbale wervel, waardoor dit gebied eveneens een bijzonder kwetsbare zone vormt. Hier komt dan ook vaak de sterkste défense musculaire voor; op deze plaats bevinden zich de meest met fracturen bedreigde wervels en discus. Het atlasreflexsysteem maakt deel uit van het autonome zenuwstelsel en veroorzaakt bij een traumatische dwangstand in het occipitaal-atlas-axis gebied, naast een motorische stoornis, ook een verstoring van de vegetatieve en verzorgende reflexen van de orgaanfuncties in het gebied van de atlas-axis. Deze verstoring kan negatieve gevolgen hebben voor de doorbloedingreflexen van de organen in de betreffende reflexzone. Hiervan kunnen concentratiestoornissen het gevolg zijn, evenals oog-en/of oorklachten, hoofdpijn, migraine, duizeligheid, neiging tot depressies en het epilepsiesyndroom. Ook hersenschuddingsymptomen kunnen wijzen op een traumatisch ontstane dwangstand in het occipitaal-atlas-axis gebied. Door correctie van de Occ/C1/C2 situatie verdwijnen deze symptomen.

De abnormale spierspanningen die ten gevolge van de craniale dwangstand in het occipitaal-atlas-axis gebied lager in de reflexketen ontstaan, verstoren op hun beurt de functies in het betreffende reflexsegment. De aard van de klachten kan per reflexzone worden voorspeld. Na correctie van de craniale dwangstand en van de hele reflexketen volgt over het algemeen spoedig herstel. Ook de klachten die veroorzaakt zijn door verstoringen in de bijbehorende reflexzone blijken te verdwijnen. Hoe korter de abnormale reflexspanningen hebben geduurd en hoe jonger de patiënt is, des te sneller vindt het herstel plaats. Vaak volstaat een eenmalige totale correctie van de dwangstand en van de hele reflexketen.

De druk (belasting) en de trek (reflectoire draagspanning) van de spieren bepaalt grotendeels de groei en structuur van het beenderstelsel. Het is daarom van het grootste belang om tijdens de anamnese en het onderzoek van het lichaam, te informeren naar de algehele toestand en de vroegere traumata van de patiënt. Ook uit afwijkingen ten opzichte van de normale balanshouding, kan worden afgeleid welke lichamelijke traumata de patiënt als kind heeft ondergaan. De VMMM-therapeut kan er eveneens uit aflezen op welke leeftijd deze traumata zijn ontstaan.

Bij kinderen jonger dan twaalf jaar kunnen in een eerder stadium opgedane gevolgen van traumata door correctie ongedaan worden gemaakt. Het gaat hierbij om balansafwijkingen als kyfose, steilstand, scoliose, kyfoscoliose, bekkenscheefstand (anders dan door een te kort of te lang been) en heupafwijkingen. Vooral torsiespanningen in wervels en tussenwervelschijven evenals wringspanningen in het bekken, de heupgewrichten, en in knieën en enkels, kunnen op latere leeftijd klachten veroorzaken. Totale manuele correctie van het atlasreflexsysteem, te beginnen met een correctie van de occipitaal-atlas-axis situatie en gevolgd door correctie van de gehele reflexketen, voorkomt dergelijke afwijkingen.

Dankzij een totale manuele correctie verdwijnen eveneens de gevolgen van whiplash van de nek, die op het moment zo in de belangstelling staat. De bijbehorende hoofdpijn, duizeligheid, concentratieproblemen en andere vegetatieve stoornissen zijn niet het directe gevolg van de whiplash zelf maar van de défense musculaire die leidt tot dwangspanningen in het occipital-atlas-axis gebied. De hieruit voortvloeiende spanningen ter hoogte van C6 veroorzaken op hun beurt pijn in nekspieren en armen en op de lange duur vooral pijn in de passieve weke delen zoals peesweefsel en periost. Door een slechte doorbloedingen, die met name voor deze passieve weke delen negatieve gevolgen heeft, treden aandoeningen op als een tennis-of golfelleboog, carpaal tunnelsyndroom, schouderklachten, frozen shoulder en andere armklachten.

Ook wanneer traumata jaren geleden zijn ontstaan, bewerkstelligt totale manuele correctie van het atlasreflexsysteem volgens de methode Meyer herstel.

Indicaties

In geval van de volgende verschijnselen verdient het aanbeveling om gebruik te maken van de methode Meyer voor onderzoek, differentiaal- en diagnosestelling en indien nodig voor een totale manuele correctie.

Bij kinderen:

  • hoofdpijn
  • motorische en fijnmotorische stoornissen
  • verschijnselen die duiden op hersenschudding
  • kyfose
  • scoliose of andere afwijkingen in de lichaamshouding
  • torticollis
  • migraine
  • hoge mate van onrust
  • concentratiestoornissen
  • gevolgen van een val of ongeval

Bij volwassenen:

  • hoofdpijn en/of migraine
  • verschillende soorten duizeligheid, ook de ziekte van Menière
  • nek- en schouderklachten
  • gevolgen van een val of ongeval
  • gevolgen van een whiplashtrauma van de nek
  • tennis-of golfarm
  • aspecifieke borst- en buikklachten
  • rug-, heup- en beenklachten
  • imbalance bekken ring
  • restless legs
  • neuralgieën
  • aspecifieke oog- en oorklachten
  • kaakgewrichtstoornissen
  • hyperventilatie
  • globusgevoel
  • klachten bij het slikken
  • aspecifieke hartritmestoornissen
  • peesontsteking
  • Sudecks tunnelsyndroom
  • arthrose
  • fibromyalgieën


Manuele Methode Meyer in de praktijk

De VMMM-therapeut is in staat de oorzaak van de klachten en pijnen te corrigeren. De oorzaak is een verkeerde, reflectoir ontstane dwangspanning en/of- stand die kan bestaan tussen schedel en atlas/draaier, tussen schedel/atlas en draaier; tussen schedel en atlas en draaier.

Deze foutieve dwangstanden zijn op hun beurt teweeggebracht door een beschermende reflexspanning (défense musculaire) van de diepe, stevige en korte spieren die het achterhoofd, atlas en draaier omspannen. Deze beschermende reflexspanning treedt op als gevolg van een fysiek trauma (of herhaald opgetreden trauma), zoals een val, een ongeval, een te zwaar en/of verkeerd belastende beweging, een zware stoot, mishandeling of geboortetrauma; al of niet tegen het hoofd gericht.

Tijdens de eerste afspraak wordt een zorgvuldige en beproefde methodiek van anamnese en diagnostiek (differentiaal-, palpatie-, bewegings- en reflexonderzoek) gehanteerd, waarna de VMMM-therapeut de met zekerheid vastgestelde hoge of craniale dwangstanden tussen Occ/C1/C2 corrigeert. Tijdens deze eerste afspraak volgt tevens de totale correctie van het atlasreflexsysteem door alle verdere statische en vegetatieve reflexen, als gevolg van de craniale dwangstanden, manueel te corrigeren. Zo wordt het atlasreflexsysteem weer in balans gebracht en daarmee worden alle tevoren zichtbare en voelbare weefselspanningen opgelost. De te grote spierspanningen worden eveneens zichtbaar en voelbaar normaal en het gevolg is dat herstel van alle myogene, fibromyogene, circulatoire en neurogene stoornissen, klachten en pijnen plaatsvindt. Vaak is een enkele totale manuele correctie van het atlasreflexsysteem voldoende om alle klachten te doen verdwijnen.

De ervaring leert dat het aantal nabehandelingen in de vorm van controle, eventuele manuele correctie van deelreflexen, specifieke massage en ergonomische, op mechanica en bio-mechanica berustende bewegingstechniek varieert van één tot hooguit zes nabehandelingen per patiënt. Bij kinderen volstaat meestal één totale correctie (echter met het advies van herhaling elk halfjaar tot het twaalfde jaar, om deformiteiten als scoliose en kyfose te voorkomen). Bij kinderen die nog geen klachten hebben, maar bij wie wel balansveranderingen zijn te constateren (scoliose, kyfose, kyfoscoliose, Scheuermann, Schmörl, bekkenscheefstand e.d.), is het van het grootste belang om tijdig totale correctie toe te passen om ossale en chondrale bestendiging, alsmede klachten op latere leeftijd te voorkomen. Bij oudere volwassenen kan, afhankelijk van de duur en de ernst van de klachten, het maximum aantal (zes) behandelingen, verspreid over een periode van enkele maanden noodzakelijk zijn.

Niet alleen de patiënt is gebaat bij het snelle resultaat na behandeling, in de vorm van een spoedig herstel van zijn/haar klachten, ook de bijbehorende positieve gevolgen van deze unieke manuele behandelwijze op sociaal en financieel gebied zijn van betekenis.

De Vereniging Manuele Methode Meyer stelt zich dan ook ten doel om deze causale en beproefde manuele behandelwijze ruime bekendheid te geven, zowel door publicatie als ook door demonstratie.

Zie ook: