Gewrichtsmobiliteit, eindstanden

Uit Wikifysio
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Eindstanden gewrichten bovenste extremiteiten

Begrippen

  • Maximally loose-packed position = MLPP = de ruststand van het gewricht, waarbij de spierspanning en

bindweefselspanning minimaal is. Dit is de meest mobiele positie die mogelijk is.

  • Maximally close-packed position = MCPP = de vergrendelstand van het gewricht, waarbij de spierspanning en

de bindweefselspanning maximaal is. Het gewricht staat dan ‘op slot’, in zijn stabielste positie.

  • Inversie en eversie zijn de bewegingsmogelijkheden rond de compromis-as die loopt van achter-lateraal-onder

naar voor-mediaal-boven. Omdat deze zo lastig loopt zijn deze bewegingen theoretisch ontleedbaar in de boven genoemde samengestelde deelbewegingen.

  • De nulstand is een afgesproken stand: 90 graden enkel, 180 graden knie, 180 graden heup.
  • Leeg eindgevoel de spieren nemen de eindpositie over, zodat je het eindgevoel niet kan bepalen. Dit heet ook

wel ‘defense musculaire’, bijv. bij de schouders. Hard, stug eindgevoel bij het (passief) bewegen van een gewricht voel je dat je absoluut niet verder kunt rekken, bijv. dorsaalflexie enkels, extensie knie.

  • Elastisch eindgevoel bij het passief bewegen van een gewricht voel je dat je nog een stukje verder kunt rekken.

Het lijkt elastisch. Bijv. anteflexie heup, of flexie knie. Soms wordt het eindgevoel bepaalt door de weke delen, d.w.z. (passieve) spiermassa die niet op rek gebracht wordt, maar de beweging verder wel belemmert. Bijv. bij passieve flexie knie, dan kan er niet verder geflecteerd worden dan waar de m. hamstrings zit.

Schouder (art. humeri of art. glenohumerale)

  • Anteflexie 90-100 graden (daarna tot 180° m.b.v. elevatie)
  • Retroflexie 60 graden
  • Abductie 80 - 90° (daarna tot 180° m.b.v. elevatie)
  • Adductie 75 graden
  • Exorotatie 90 graden
  • Endorotatie 90 graden
  • MLPP - art. glenohumerale = 30° anteflexie, 30° abductie en neutrale supinatie/ pronatie
    • art. acromioclaviculare = stand schoudergordel bij normaal ontspannen houding
    • art. sternoclaviculare = stand schoudergordel bij normaal ontspannen houding
  • MCPP - art. glenohumerale = maximale abductie en exorotatie
    • art. acromioclaviculare = 90° abductie zonder rotatie
    • art. sternoclaviculare = maximale elevatie

Capsulair patroon = exorotatie > abductie > endorotatie (ook in deze volgorde onderzoeken dus)

Elleboog (art. cubiti & art. radio-ulnaris)

  • Flexie 150 graden
  • Extensie 0° - 10 graden
  • Pronatie 70° - 90 graden
  • Supinatie 85° - 90°
  • MLPP
    • art. humero-ulnaris = 70° flexie, onderarm 10° suppinatie
    • art. humero-radialis = extensie, onderarm gesupineerd
    • art. radio-ulnaris proximalis = 70° flexie, onderarm 10° supinatie
  • MCPP (Maximally close-packed position = MCPP = de vergrendelstand van het gewricht, waarbij de spierspanning en

de bindweefselspanning maximaal is. Het gewricht staat dan ‘op slot’, in zijn stabielste positie.)

    • art. humero-ulnaris = extensie, onderarm gesupineerd
    • art. humero-radialis = 70° flexie, onderarm 10° supinatie
    • art. radio-ulnaris proximalis = onderarm ± 5° supinatie
  • Capsulair patroon = flexie > extensie en supinatie > pronatie

Pols (art. radiocarpea)

  • Palmairflexie 80 graden
  • Dorsaalflexie 70 graden
  • Radiaal deviatie 20 graden
  • Ulnair deviatie 30 graden
  • Capsulair patroon = flexie > extensie
  • MLPP= 5 graden palmairflexie, ± 5° ulnairdeviatie
  • MCPP = maximale dorsaalflexie

Eindstanden gewrichten onderste extremiteiten

Heup

  • Flexie 120 graden
  • Extensie 30 graden
  • Exorotatie 45 graden (met extensie art. genus) 70 graden (met flexie art. genus)
  • Endorotatie 30 graden (met extensie art. genus) 45 graden (met flexie art. genus)
  • Abductie 50 graden
  • Adductie 40 graden
  • MLPP = 30 graden flexie, 30 graden abductie en lichte exorotatie
  • MCPP = maximale extensie, endorotatie en abductie

Knie

  • Flexie 135 graden (145graden)

(hyper)extensie 5graden (is redelijk normaal bij jong volwassenen)

  • exorotatie 45 graden
  • endorotatie 15 graden
  • MLPP = 25 graden flexie van de knie
  • MCPP = maximale extensie

Enkel

  • Plantairflexie 50 graden
  • Dorsaalflexie 20 graden
  • Inversie 30 graden (dit is: plantairflexie, adductie en suppinatie)
  • Eversie 20 graden (dit is: dorsaalflexie, abductie en pronatie*)
  • MLPP = 10 graden (plantair)flexie in het BSG en midden tussen inversie en eversie
  • MCPP = maximale dorsaalflexie (extensie)

Capsulaire patronen

Capsulaire patronen (Gemodificeerd naar Cyriax)

Betekenis:

  • = : in gelijke mate beperkt als
  • > : sterker beperkt dan
  • >> : veel sterker beperkt dan

Wervelkolom

  • Cervicaal: Extensie > Rotatie = Laterale flexie > Anteflexie
  • Thoracaal: Rotaties symmetrisch beperkt
  • Lumbaal:Extensie = Laterale flexie (symmetrisch) > Anteflexie

Schouder

  • Exorotatie > Abductie > Endorotatie

Elleboog

  • Flexie > Extensie

Polsgewricht

  • Palmair flexie = Dorsaal flexie > Abductie

Vingergewricht

  • MCP: Flexie > Extensie > Abductie = Adductie
  • IP: Flexie > Extensie

Duimgewricht

  • CMC: Abductie = Extensie

Heup

  • Endorotatie > Flexie = Abductie > Extensie

Knie

  • Flexie >> Extensie > Rotaties

Enkel

  • BSG: Plantair flexie > Dorsaal flexie
  • OSG: Varus > Valguskanteling (dwangstand in valguspositie)

Middenvoet

(Chopart-gewricht)

  • Plantair flexie = Adductie = Supinatie > Dorsaal flexie

Hallux MTP

  • Dorsaal flexie >> Plantair flexie

Tenen PIP/DIP

  • Plantair flexie > Dorsaal flexie

Zie ook

Link

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen